Gildeschool voor het zorgambacht

Aansterken na een ziekte of een operatie doe je tegenwoordig vaak in een eerstelijnsverblijf. Dat is ook de ideale plek om mbo-2-leerlingen te laten ontdekken hoeveel ze waard zijn.
Michiel van der Geest – Amersfoort

School voor Gezondheidszorg - Studenten leren de zorgambacht in Logement 't Heerepoortje in Amersfoort

Logement ‘t Heerepoortje in Amersfoort, een zorgafdeling die gerund wordt door zeventien mbo-2-leerlingen. Foto Raymond Rutting / de Volkskrant

Eerlijk gezegd was Mireille van der Weij het vertrouwen in het onderwijs een beetje kwijtgeraakt. Na twintig jaar docentschap op het mbo, drong bij haar de vraag op: wat zijn we hier nou eigenlijk aan het doen met z’n allen? Al die kuddes leerlingen die naar school moeten komen om dezelfde informatie over zich uitgestort te krijgen. Die niet tot hun doordringt, want over dit type leerling moet je helemaal geen informatie uitstorten. Deze leerlingen moeten aan de bak, bezig zijn, iets dóén. Hoe vaak zag ze niet jongens en meiden die op school de boel afbraken, maar bij hun stage op handen werden gedragen? En kijk nu toch eens. Mbo-2-leerlingen die een afdeling runnen in een verpleeghuis, die meedraaien in de vakanties, in de weekenden, die hun volledige opleiding volgen op de locatie waar ze ook stage lopen en waar Van der Weij ze individuele aandacht kan geven. Elke dag verbaast ze zich. Dat dit bestaat.

Twee vernieuwingen op één plek samen

Op de afdeling ‘t Heerepoortje in verpleeghuis de Koperhorst in Amersfoort komen twee vernieuwingen samen. Eentje uit de zorg, eentje uit het onderwijs. Logement ‘t Heerepoortje is een eerstelijnsverblijf, een elv in het gebruikelijke zorgafkortingenjargon. Dat is een verblijf waar mensen korte tijd kunnen worden opgenomen. Omdat de zorgvraag tijdelijk te groot is om thuis te blijven, maar weer te klein voor een ziekenhuisopname of een verhuizing naar een verpleeghuis. De tweejarige mbo-2-opleiding Helpende zorg en welzijn is de onderwijsvernieuwing. Zeventien leerlingen bestieren onder leiding van verpleegkundigen de afdeling. Die is daar uitermate geschikt voor, zegt Irene Vriens, bestuurder van De Koperhorst. Het is een zorgafdeling waar mensen vooral moeten aansterken, zodat ze later weer naar huis kunnen. Om die vernieuwingen te realiseren ‘heb je twee halvegaren nodig’, zegt Vriens. ‘Je moet dwars door alle weerstand heengaan’, zegt Marian Hoogebeen, directeur van de School voor Gezondheidszorg van MBO Amersfoort.

Terug naar het zorgambacht

Mbo-2-leerlingen hebben het niet makkelijk. Ze hebben bijna zonder uitzondering ‘een rugzak van heb ik jou daar’. Pech gehad in het leven, noemt docent Van der Weij dat, opgegeven door iedereen. Huiselijk geweld, niet-erkend autisme, een IQ van onder de 80, slecht gedrag; noem een vorm van ellende en je komt het tegen.
Maar, zegt Vriens, ‘wij zijn een instelling voor de onderkant van de samenleving. Veel mbo-2’ers zijn de afgelopen jaren de zorg uitgewerkt, terwijl we hen zo goed kunnen gebruiken.’ Ze vond een medestander in Hoogebeen, die hartstochtelijk voorstander is van het gilde-leren; terug naar het zorgambacht, weg uit het klaslokaal.
“Dat is nog niet zo gemakkelijk voor elkaar te boksen”, zegt Hoogebeen. Want het ministerie van Onderwijs kent strikte procedures en registratie-eisen, het ministerie van Volksgezondheid ook en mevrouw Vriens had de nodige noten op haar zang: de zorg draait 365 dagen per jaar, 24 uur per dag, dus de opleiding ook. Wat dan weer extra uitdagingen biedt aan het vinden van docenten en leerlingen.

Zorg voor cliënt en zorgambacht leerlingen

Dat ‘t Heerepoortje een opleidingsafdeling is, maakt het er druk, zegt mevrouw Duits, die voor het raam staat van haar tweekamerappartement. ‘Soms staan er vier mensen om me heen, dat vind ik te veel van het goede.’ Het verblijf in het logement vervult haar met twijfel. Al zes maanden kan ze niet slikken, al haar voedsel krijgt ze via een sonde, ‘gek word ik ervan’. Ze is geopereerd en moet aansterken voordat ze weer naar huis kan. ‘Hier word ik goed verzorgd en heb ik aanspraak, maar ik wil ook graag naar huis.’
Dat is het verschil met de andere afdelingen in de Koperhorst: in ‘t Heerepoortje is alles erop gericht dat de patiënten weer naar huis gaan. Dat vraagt een ander type verpleging, zegt Vriens. Mensen achter de broek zitten, zo veel mogelijk zelf laten doen, de afwas durven laten staan.
Daarvan merkt Danita weinig, in haar opleiding. Van vijf dagen school zou ze ‘helemaal gek’ worden, dus een opleiding waarbij ze elke dag dingen kan dóén, kwam voor haar als geroepen. Maar of ze nu een andere aanpak leert? ‘Je kleedt iedereen hetzelfde aan. Dat is gewoon de zorg die je doet.’
De opleiding bestaat nu 2,5 jaar. De eerste groep heeft in 2017 het diploma behaald: alle leerlingen die de opleiding hebben afgemaakt werken of leren verder in de zorg. Vriens: ‘Dat is zo gaaf. Ze kwamen binnen als heel beduusde mensen. Maar ze gingen met opgeheven hoofd het pand uit. Ze voelden: ik heb iets gehaald, iets meegemaakt, ik ben wat waard.’
Ook leerlinge Daphne heeft het naar haar zin. “Ik heb hier veel contact met de patiënten. Ik vind het leuk om te vragen over vroeger.’ Dat beaamt mevrouw Duits. ‘Je wilt hier eigenlijk niet zijn. Maar als het dan toch moet, dan maar zo. Hier zwermen ze liefdevol om je heen.’

Eerstelijnsverblijf

Het elv bestaat in zijn huidige vorm sinds 2015, maar nog altijd zoeken zorgaanbieders en zorgverzekeraars naar de ideale vorm. Afgelopen jaar zijn ongeveer 27 duizend mensen opgenomen geweest op een elv. 400 zorginstellingen, verspreid over ongeveer 700 locaties, bieden een elv aan. Vaak zoeken zorgverleners zich suf naar een plekje voor hun cliënt. De afspraak is nu dat er voor april een landelijk dekkend netwerk van elv’s is en één centraal ‘schakelpunt’.

Dit artikel is integraal overgenomen uit De Volkskrant (pagina 3) van 16 januari 2018.

Privacy-instellingen

Wij optimaliseren graag onze website, daarom maken wij gebruik van cookies. Wijzig je voorkeuren of bekijk ons privacybeleid.

Privacybeleid | Sluiten
Instellingen